Van 7 oktober naar Gaza: wanneer herinnering het debat afsluit

Een beladen datum

Op 7 oktober liggen woorden zwaar. De aanval van Hamas was gruwelijk, maar ook in de eerste dagen circuleerden verhalen die niet standhielden. Zo was de claim dat veertig baby’s waren onthoofd totale onzin. De officiële Israëlische slachtoffersregistratie vermeldt twee kinderen jonger dan twee jaar: een baby van tien maanden en een pasgeborene die kort na haar geboorte overleed. De lijst onderbouwt geen onthoofding. Israëlische slachtoffersregistratie · Le Monde over de claim

Ook de beweringen over seksueel geweld vragen om zorgvuldigheid. Een VN-missie meldde dat er “redelijke gronden” waren om aan te nemen dat seksueel geweld, waaronder verkrachting, op meerdere locaties had plaatsgevonden. Dat is een bevinding van een onderzoeksmissie, geen strafrechtelijke uitspraak van een rechtbank. Ik vind het onverantwoord wanneer zo’n beperkte conclusie in het publieke debat verandert in de stellige bewering dat structurele verkrachting als wapen vaststaat. De VN publiceerde haar bevindingen in maart 2024.

Mijn overtuiging is dat gruwelijke verhalen bewust zijn overdreven om de verontwaardiging aan te wakkeren en een hardere Israëlische reactie te rechtvaardigen. Dat is mijn oordeel over hun politieke functie; de bedoeling achter elk afzonderlijk verhaal vraagt om nader onderzoek.

De Hannibalrichtlijn en de voertuigen

Ook de berichtgeving over de Hannibalrichtlijn op 7 oktober verdient serieuze aandacht. Israëlische journalisten meldden dat ongeveer zeventig voertuigen die richting Gaza reden door Israëlisch vuur waren geraakt. In sommige gevallen zouden alle inzittenden zijn omgekomen. Journalist Ronen Bergman zei later dat de IDF een schatting had van zeventig tot negentig voertuigen. Er lagen veel lichamen in; de meeste waren van aanvallers, maar niet allemaal. Yedioth Ahronoth/ynet · Bergmans interview.

Beelden tonen Apachehelikopters die Hellfire-raketten op voertuigen afvuren. Een Hellfire is een precisiewapen dat is ontworpen om voertuigen en andere doelen uit te schakelen. De Israëlische berichtgeving beschrijft bovendien dat voertuigen werden geraakt met helikopters, antitankraketten en tanks. Op grond van die berichtgeving en het gebruikte wapentuig vind ik enkele tientallen doden onder de inzittenden een reële aanname. Het precieze aantal en de identiteit van alle inzittenden zijn niet vastgesteld. Maar dit verhaal terugbrengen tot enkele losse gevallen doet geen recht aan de schaal van de gerapporteerde aanvallen.

Oorlog, gewapend conflict en erkenning

Israël spreekt over oorlog met Hamas en Gaza, terwijl het Palestina niet als staat erkent. Juridisch betekent dat niet dat er geen gewapend conflict kan zijn: internationaal recht kijkt naar de feiten en de partijen, niet alleen naar erkenning als staat. Maar politiek blijft de tegenstelling wringen. Palestijnen worden behandeld als tegenstander in een oorlog, terwijl hun politieke aanspraak op zelfbeschikking wordt afgewezen.

Ook rond het conflict in de Donbas van 2014 tot 2022 liepen de termen “burgeroorlog”, “gewapend conflict” en “internationaal conflict” door elkaar. Buitenlandse steun aan een partij maakt een land op zichzelf nog geen belligerent. De les is dat het woord “oorlog” een politieke lading heeft, maar de juridische werkelijkheid niet zelfstandig vaststelt.

Wat bedoelen we met zionisme?

In de kern is zionisme een politieke beweging die Joodse nationale zelfbeschikking in het historische thuisland bepleit. Dat is niet automatisch hetzelfde als onvoorwaardelijke steun aan de huidige Israëlische regering of aan haar militaire optreden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Christelijke zionisten gebruiken het begrip vanuit hun eigen religieuze overtuiging en politieke steun voor Israël.

In discussies wordt die verscheidenheid vaak platgeslagen. Kritiek op Israëlisch beleid wordt dan weggezet als kritiek op Joden, of iedere zionist wordt vereenzelvigd met het kabinet-Netanyahu. Dat helpt niemand om het werkelijke beleid te bespreken.

Gerechtigheid of wraak?

Mijn oordeel over de Israëlische reactie op 7 oktober is duidelijk: die is buitenproportioneel. Gaza is op grote schaal verwoest en burgers, onder wie kinderen, hebben een enorme prijs betaald. Proportionaliteit is in het oorlogsrecht geen simpele rekensom waarbij je het aantal doden aan beide kanten vergelijkt; het gaat ook om afzonderlijke aanvallen, de verwachte burgerslachtoffers en het concrete militaire voordeel.

Mijn morele oordeel over de totale campagne blijft staan: de verwoesting en het burgerleed wijzen voor mij niet meer op een begrensde zoektocht naar gerechtigheid. Wanneer politieke leiders een bevolking als collectief schuldig voorstellen, verschuift de taal van recht naar wraak.Een rechtsstaat hoort daders ter verantwoording te roepen. Dat betekent onderzoek, bewijs en berechting. Het betekent niet dat een hele bevolking de prijs betaalt voor de misdrijven van een gewapende organisatie.

Wanneer angst een middel wordt

Oorlog is niet vanzelf rechtvaardig omdat een staat hem voert. In de vorige eeuw werd de vernietiging van burgergebieden steeds vaker onderdeel van militaire strategie. De brandbombardementen op Duitse steden en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki roepen daarom een ongemakkelijke vraag op: wanneer wordt angst zelf een oorlogsmiddel?

In de notulen van de Amerikaanse doelwitcommissie stond dat men de grootst mogelijke psychologische uitwerking op Japan wilde. De verwoesting van burgergebieden en het bewust doden van burgers waren voorzien en werden ingezet om Japan tot overgave te dwingen. Angst was niet slechts een gevolg van het geweld, maar een middel. Dat noem ik, in morele en politieke zin, terreur. De notulen van de doelwitcommissie zijn hier te raadplegen.

De Holocaust als politiek kader

Die instrumentalisering van geschiedenis zie ik ook wanneer Benjamin Netanyahu kort na de start van Israëls aanval op Iran, Operation Rising Lion, de Holocaust erbij haalt. Hij opent met: “Moments ago, Israel launched Operation Rising Lion.” Vervolgens zegt hij dat het Joodse volk tachtig jaar eerder slachtoffer was van de Holocaust en dat Israël vandaag geen slachtoffer wil worden van een “Holocaust”. Later zegt hij: “Never again is now.” De koppeling staat in de toespraak zelf. De volledige transcriptie van 13 juni 2025.

Voor de meeste mensen die nu leven, is de Holocaust geen persoonlijke herinnering: zij kennen haar via onderwijs, verhalen en publieke rituelen. Die overdracht is niet automatisch verkeerd. Wel kan herinnering een politiek moreel kader worden dat telkens opnieuw wordt ingezet om een actuele militaire keuze te legitimeren. Ik zie in de Israëlische publieke cultuur een vorm van indoctrinatie wanneer de Holocaust zo voortdurend wordt verbonden aan hedendaagse dreigingen dat kritiek op beleid bijna als verraad aan de geschiedenis voelt.

David Icke verwoordde een gedachte die ik herken: “Wat ik wil zeggen, is dat ik ook niet wil dat die mentaliteit de wereld regeert.” Mijn bezwaar richt zich niet op Joden als groep, maar op het gebruik van historische vervolging als politiek schild.

Kritiek op Israël is geen Jodenhaat

De Joodse diaspora is geen verlengstuk van de Israëlische regering. Toch worden Joodse gemeenschappen buiten Israël geregeld aangesproken alsof zij verantwoordelijk zijn voor het beleid van die staat. Ik ben ervan overtuigd dat Israëlische politieke boodschappen de diaspora zo kunnen instrumentaliseren — en dat Joodse mensen daarmee zelf slachtoffer worden van propaganda en druk om zich tot dat beleid te verhouden.

Kritiek op Israël is niet automatisch antisemitisme. Antisemitisme bestaat, en collectieve schuld toeschrijven aan Joden is antisemitisch. Maar een regering, leger of ideologie bekritiseren is iets anders dan Jodenhaat. Die grens moet helder blijven, juist omdat het op één hoop gooien van kritiek en antisemitisme een open discussie verstikt.

Ruimte voor debat

In Nederland is artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht in 2024 uitgebreid met bepalingen over het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van bepaalde internationale misdrijven. De wet verwijst daarbij naar misdrijven uit de Wet internationale misdrijven en naar artikel 6 van het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal. Ik wil niet vooruitlopen op hoe een rechter dit artikel in een concreet geval toepast. Wel baart het mij zorgen wanneer de grenzen van strafbare uitlatingen het debat over oorlog, geschiedenis en staatsgeweld verder verkleinen. Juist bij beladen onderwerpen moet er ruimte zijn om feiten, bronnen en interpretaties kritisch te bespreken. De wettekst staat in het Staatsblad van 2024.

“Wij zullen nooit vergeten” klinkt als een belofte aan de doden. Maar als die belofte wordt gebruikt om nieuw geweld te rechtvaardigen en kritiek daarop te smoren, wordt herinnering een gevangenis. Wie vrede wil, moet niet alleen het verleden blijven herhalen, maar ook weigeren om het als vrijbrief voor wraak te gebruiken. Zonder rechtvaardigheid, erkenning van Palestijnse politieke rechten en ruimte voor een eerlijk debat zal de strijd voortduren.

Blijf kritisch, blijf nadenken en blijf VRIJ.

Geplaatst in Overheid, Recht, Zion | Een reactie plaatsen

Discriminatie – denken of doen

Er lijkt steeds meer aandacht te komen voor discriminatie en hoewel onze wetgeving het alleen heeft over discriminatie worden constant de woorden racisme, fascisme, nazisme, antisemitisme en zelfs hitlerisme gebruikt als prima “WOKE” woorden. Maar er zijn wel een aantal hele duidelijke nuances die onderbelicht worden, als je het mij vraagt. Zo worden met regelmaat meningsuiting en zelfs denken als racistisch of antisemitisch aangeduid. Klopt dat wel?

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen(2) gelijk behandeld(1). Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Zo luidt artikel 1 van onze grondwet. Let op het woord behandeld(1). Ook de Algemene wet gelijke behandeling die onze grondwet verder in detail uitwerkt heeft nog steeds “behandeling” in de titel staan. Geen woord over mijn gedachte, mijn mening en de wijze waarop ik mijn mening uit.

Zowel de grondwet als die laatste wet hebben het over “behandelen” en duidelijk geen “handelen“. De vraag is legitiem of je mening uiten en/of je gedachte uitspreken onder behandelen van een persoon (of groep) valt.

Behandelen(1)

De wetgeving is ook bedoeld om het ongelijk behandelen tegen te gaan en niet denken of mening uiten. Een drietal voorbeelden om het duidelijk te maken:

  1. Een werkgever mag best denken dat (bijvoorbeeld) Turken niet passen in zijn bedrijf. Ook mag hij zich best uitspreken over Turken die, hier in Nederland, meer op hebben met Erdoğan als met Jetten. Dat is tenslotte een politiek en/of maatschappelijk standpunt en, hoe gek het ook klinkt, ook beschermd door artikel 1 van de grondwet. Maar als hij een autochtoon bij sollicitatie, bij gelijke kwalificaties, verkiest boven een Turk is het pas discriminatie.
  2. Een uitsmijter mag best denken dat een Antilliaan meer risico vormt voor de veiligheid van gasten in een café. Hij mag ook best zijn mening geven over welke groep meer problemen geven in het uitgaansleven. Pas als hij zuiver op huidskleur of afkomst mensen weigert aan de deur is er sprake van discriminatie. Dan behandelt hij namelijk duidelijk.
  3. Je mag best een voorkeur hebben voor een blanke Nederlandse vrouw om je leven mee te delen en een gezin te stichten. Als je een verjaardag viert mag je uitnodigen wie je wil. Het is niet racistisch als er alleen maar autochtonen op je feestje zijn. Je hebt het recht om je vrienden zelf te kiezen.

Gelijke gevallen(2)

Dan staat er in artikel 1 grondwet ook nog 3 hele belangrijke woorden: … in gelijke gevallen …(2). Dat wordt vaak vergeten want artikel 1 wordt per geval bekeken en niet in algemeenheid. Maar je zult wellicht een paar voorbeelden nodig hebben:

  1. Iemand die Nederland binnen komt wordt in lang niet alle gevallen gelijk behandelt. Als je een Nederlands paspoort bezit mag je nooit de toegang tot Nederland geweigerd worden. Maar er zijn vele landen op de wereld waarvandaan je niet zomaar naar Nederland mag komen zonder toestemming. Voor de inwoners van die landen geld een visumplicht. Geen gelijke gevallen dus. Aan de grens zijn vele verschillende gevallen.
  2. Als mannen en vrouwen gelijk zijn waarom zijn er dan nog steeds vrouwenartsen? Zijn gynaecologen niet het bewijs dat we niet “gelijk” zijn? Doet een vrouwenarts aan discriminatie? NEE, natuurlijk niet! “… in gelijke gevallen …” is hier duidelijk van toepassing.
  3. Als we allen gelijk zijn waarom bestaat er dan nog vrouwensport? Kan iemand me dat uitleggen?

Sport

Misschien is sport wel het minst discriminerend. Als er in een bestuur van een bedrijf 8 van de 11 bestuursleden blank zijn staat de wereld in brand. Er volgen dan gegarandeerd maatregelen die minderheden voorrang geven om de “ongelijkheid” te herstellen. Maar zijn deze mensen niet op kwaliteit geselecteerd zonder kijk op kleur? In oranje heeft regelmatig 72% (8/11) van de selectie een kleurtje en niemand klaagt daarover. Deze zijn tenslotte op kwaliteit geselecteerd.

Nog geen 5% van onze bevolking is “Afro-Nederlander“. Als onze nationale ploeg voor 72% uit Afro-Nederlanders bestaat, is het dan racistisch of discriminerend om hieruit de indruk te ontleden dat mogelijk “zwarten” beter zijn in voetbal of zelfs alle fysieke zaken zoals sport?

Etnisch profileren

Een belangrijke nieuwe vraag is hoe het opstellen van risicoprofielen (‘profiling’) ten behoeve van controles, ondervragingen en opsporing zich verhoudt tot het discriminatieverbod, zeker wanneer daarbij gebruikgemaakt wordt van gevoelige criteria als afkomst of etniciteit.

Amnesty International had er destijds veel problemen mee en schreef een vernietigend rapport.

Etnisch profileren is een groot probleem in Nederland. Het is een ernstige vorm van discriminatie door de overheid en in strijd met de mensenrechten. Etnisch profileren is altijd onterecht.

Dit is overduidelijk wel een vorm van BEhandelen en nog wel door onze overheid.

Positieve discriminatie

Onze overheid (wet & jurisprudentie) heeft bepaald dat positieve discriminatie niet onder artikel 1 van de grondwet valt. Maar waar mensen positief worden onderscheiden zijn er altijd mensen die negatief worden behandeld. Denk aan voorrang voor woningen door asielzoekers. Dat is positieve discriminatie en volgens onze overheid dus niet strafbaar. Maar worden er aan de andere kant dan ook niet automatisch mensen negatief gediscrimineerd?

Ik volg de logica niet: Als je ergens mensen voortrekt op basis van “godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook” zijn er altijd en automatisch mensen die achtergesteld worden om diezelfde redenen.

Mening(suiting)

Denk er aan: Dit zijn mijn gedachten, mijn meningsuiting en ik behandel mensen niet anders op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook. Ik discrimineer niet volgens de letter van de wet.

Maar wordt er nog naar de letter en de intentie van de wet gekeken? Of is discriminatie, racisme, antisemitisme en fascisme een “wapen” geworden om niet de wet te handhaven maar een preferent gedrag af te dwingen? Om andere, voor bepaalde mensen ongewenste, meningen de kop in te drukken? Om een klimaat te creëren dat niet om vrijheid gaat maar juist om onvrijheid van je eigen mening.

Blijf kritisch, blijf nadenken en blijf VRIJ.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

OV – 8 – Reclassering

Onschuldig Veroordeeld – Deel 8 – Reclassering

Wie zijn kont verbrand moet op de blaren zitten. Een oud spreekwoord en dat geldt ook voor mij. 40 uur werkstraf waar ik 2 uur vanaf mag halen wegens voorarrest maakt 38 uur op de blaren zitten. Hiervoor moet ik me melden op 11 augustus jl om 11:00 uur voor een intakegesprek.

Arbeidsongeschikt

Ik ben benieuwd. Hoe gaat men dit oplossen? Ik ben in 1994 100% fysiek afgekeurd vanwege een breuk in mijn rug. Fysieke arbeid behoort niet tot de mogelijkheden. In mijn jaar ziektewet (1993/1994) heeft men de WAO gewijzigd. Het zogenaamde “WAO-gat” is ontstaan en voor de meeste mensen kan dit worden bijverzekerd. Als je echter met een gebroken rug thuis zit behoord dat blijkbaar niet tot de mogelijkheden.

Van ruim 6000 gulden per maand (incl. vergoedingen en extra’s) ga ik in de ziektewet terug naar iets meer als ƒ 3000,–. Na een jaar blijft daar in de WAO nog een beetje meer dan ƒ 800,– per maand van over, net genoeg om de huur te betalen. Ik besluit geen aanvullende bijstand aan te vragen maar in plaats daarvan begin ik, met toestemming van het UWV, een onderneming. Ik moet wel elke maand opgeven wat ik verdiend heb zodat dit gekort wordt.

Eindelijk heb ik een goede maand en moet op de opgave ƒ 4600,– noteren. Begrijpelijk krijg je dan ook die maand geen WAO, die snap ik. Maar de volgende maand kreeg ik ook niets meer. Als ik daarover bel wordt me uitgelegd dat het er niet toe doet wat ik verdiend heb maar wat ik KAN verdienen. Ik heb laten zien dat ik meer als mijn oude maatmanloon kan verdienen dus krijg ik geen WAO meer vanaf dat moment.

Natuurlijk ben ik boos. Een inkomen van een ondernemer dient per jaar bekeken te worden waaruit een gemiddelde ontstaat per maand en niet in korte periodes met een piek. Ik voel me, voor het eerst, behoorlijk belazerd door onze overheid maar besluit mijn energie in mijn bedrijf te steken. Ik bouw echter wel een behoorlijke schuld op van onbetaalde rekeningen en door deurwaarders, gerechtskosten en rente wordt die nog eens dik verdubbeld. Het zou tot 2000 duren voor ik weer schuldenvrij ben.

Wijziging WAO

Maar er is in 1994 meer veranderd. De overheid vindt dat de werkgever in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de arbeidsongeschiktheid van de werknemer en het begrip “passende arbeid” wordt geboren. Nu wordt de overheid (Reclassering) hiermee zelf geconfronteerd dus ik ben reuze benieuwd hoe men dit gaat oplossen.

Ik heb mijn weg gevonden in deze maatschappij met zittend werk, eerst juridisch en later in de IT. Mijn rug wordt niet beter, nooit meer, en de mogelijke belasting daarvan blijft ongewijzigd. In 2008 krijg ik een ongeval en als gevolg daarvan is mijn knie eveneens nauwelijks meer belastbaar. Dat heeft echter, voor mijn werk op dat moment, weinig gevolgen.

Dan stort ik in. In 2018 kan ik NIETS meer. 3 jaar procederen na mijn ongeval in 2008 en jarenlange strijd tegen een onredelijke overheid maken me moe, doodmoe. De inval in deze zaak is mogelijk de druppel want kort daarna kan ik werkelijk niets meer. Ik zoek hulp.

Geestelijke GezondheidsZorg

De diagnose is “autisme” maar daarmee leef ik al mijn hele leven. Dat is, mijns inziens, niet de reden van mijn arbeidsongeschiktheid maar het woord autisme (ASS) sluit alle deuren. Enorm lange wachtrijen die eindigen in patiëntenstops. Er is gewoon geen ruimte. Sinds COVID lijkt de GGZ alleen maar zwaarder belast te worden dus is er geen hulp. Ik wacht al 8 jaar op behandeling om hier uit te komen en leef van dag tot dag.

Het UWV keurt me af, 100%, wegens psychische problematiek. Vrijwel direct daarna wordt het een WIA IVA wat zoveel betekent dat het “for life” is. Ik hoef niet meer te komen. Ze willen me niet meer zien; nooit meer. In mijn eigen bedrijf werk ik, af en toe, nog een paar uurtjes; in mijn eigen tempo, eigen initiatief en zonder autoriteit. Omdat ik mijn bedrijf altijd langs mijn loondienst heb gehad wordt dat deze keer niet gekort.

Intake

Dan zit ik oog in oog met een medewerker van de reclassering. Hij begrijpt het fysieke verhaal. Ik kan zittende werk doen, zo besluit hij. Het psychische verhaal is blijkbaar moeilijker voor hem. Ik leg hem uit dat een “van-dag-tot-dag” kwestie is. De ene dag kan ik alles, de andere dag kan ik werkelijk niks. Hij beloofd er rekening mee te houden en zegt dat hij er begrip voor heeft.

“Wanneer kun je beginnen?“. Per direct, antwoord ik. Ik heb tenslotte geen lopende werkzaamheden of verplichtingen. We lopen naar een ander kantoor en er wordt, in overleg met andere medewerkers, besloten dat ik dezelfde middag kan beginnen, om 12:30. Even thuis lunchen en (verplichte) werkschoenen aan doen en ik ben op tijd weer terug.

Aan de gang

Een andere medewerker roept me naar binnen. Ik moet mijn telefoon in een “locker” doen en hiertoe overhandigd hij mij een sleutel met een nummer erop. Tegelijkertijd stapt hij hetzelfde kantoortje binnen waar ik die ochtend zat voor de intake. Ik kijk naar het nummer en constateer dat dit een locker helemaal op de vloer is. Omdat hij inmiddels een halve meter verderop staat gooi ik de sleutel, met een boogje, naar hem toe met de woorden “heb je ook een locker op ooghoogte? …“. Hij vangt hem op zonder te knipperen met zijn ogen maar zijn blik verandert. Dan kijkt hij boos. Om die reden maak ik mijn zin af met “… alsjeblief?“.

Er volgt een, voor mij, hele onwerkelijk discussie. Ik vertel hem dat het toch bekend is bij hen dat mijn rug en knieën niet meer functioneren. Een locker op vloerhoogte is een marteling voor me. Hij zegt hiervan niets te weten. Ik reageer direct dat hij dat behoord te weten; ik heb dat tenslotte, tijdens de intake, duidelijk uitgelegd. Daarom doe ik toch ook zittend werk. Tegelijkertijd weet ik dat hij liegt. Deze ochtend is dit besproken, ook met hem, toen we samen zijn kantoor inliepen. Ik krijg dan ook het gevoel dat hij me gewoon “test“.

Maar hij is boos. Argumenten komen niet meer door de muur van emoties. Hij vond het “onverantwoordelijk” en “gevaarlijk” om met een sleutel “te gooien“. Daarbij vond hij me “brutaal” en daar was hij niet van gediend. OK, ik ben autistisch en assertief, een ongebruikelijke en vaak onbegrepen combinatie, maar ik ben geen moment onbeleefd geweest.

Omdat hij zo boos blijft is er geen gesprek meer mogelijk. Ik wil niet boos worden en zeg hem dat we een “valse start” lijken te maken. Ik vraag hem om een nieuwe afspraak. Dat lijkt me voor iedereen het beste. Hij antwoord, zo mogelijk, nog bozer: “Ik maak met jou helemaal geen afspraak meer.“. Om verdere escalatie te voorkomen draai ik om en verlaat het pand.

Bellen

Thuisgekomen bel ik met de planning en doe mijn verhaal. Ik vraag wederom om een nieuwe afspraak. De dame van de planning zegt dat ze geen nieuwe afspraak kan maken. Ik ben tenslotte al toegewezen aan een medewerker en ik moet daarmee een andere afspraak maken. Dan leg ik haar uit dat deze medewerker geen nieuwe afspraak met me wil maken dus wat nu? Ik wordt terug gebeld, beloofd ze.

Dezelfde middag gaat de telefoon. We bespreken het gebeurde maar deze medewerker is eveneens “not amused“. Hij herhaalt ook mijn “gooien” en “brutaliteit” en zegt me, om die redenen, een eerste “officiële waarschuwing” aan. Ik vraag nog wat een “officiële waarschuwing” inhoud en hij antwoordde: “Zie het maar als een gele kaart“. Een afspraak voor de week hierna wordt gemaakt.

De “officiële waarschuwing” volgt de dag erop per brief. Opvallend is dat er niet meer wordt gesproken over “gooien” en “brutaliteit“.

Bestuursrecht

Ik interpreteer deze brief als een “besluit” en dien bezwaar in, per e-mail. Het antwoord komt snel: Bezwaar is, volgens reclassering, niet mogelijk want reclassering is geen bestuursorgaan en als zodanig niet onderhevig aan de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Hij zit daar echter behoorlijk mis. Reclassering is een B-orgaan volgens de AWB:

  • Een ander persoon of college;
  • Met enig openbaar gezag bekleed.
  • De entiteit voert een publieke taak uit;
  • De entiteit wordt voor 2/3 gefinancierd door één of meerdere bestuursorganen;
  • De inhoudelijke uitvoering van de publieke taak wordt grotendeels door één of meerdere bestuursorganen bepaald.

Er is ook jurisprudentie over te vinden (ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:696). Ik vraag nog, voor alle duidelijkheid, of hij mijn bezwaar zelfstandig afwijst of mogelijk “niet ontvankelijk” verklaard. Hierop krijg ik niet eens meer antwoord.

Ziek

De maandag hierop ben ik niet in staat om iets te doen. Helaas heb ik steeds vaker deze dagen. Ik wil dan ook geen discussie of enige andere interactie met mensen en, om die reden, zeg ik dan verplichtingen af per e-mail of SMS. De “regels” van de reclassering laten dit echter niet toe; je MOET bellen. Mijn vrouw herkent deze “state-of-mind” bij mij en zegt dat zij wel zal bellen.

Eigenlijk krijgt mijn vrouw direct een “reprimande“: Ze had vóór 09:00 moeten bellen. Mijn meisje legt geduldig en beleefd uit dat het onmogelijk is om tussen 8 en 9 ’s ochtends te bepalen of ik om 12:30 in staat ben om iets te doen. Dat kan van uur tot uur omslaan. De ziekmelding wordt (blijkbaar) geaccepteerd en ik ga die dag niet.

Volgens de “regels” van reclassering moet een ziekmelding elke dag herhaald worden. Deze keer iets eerder belt mijn vrouw tussen 10 en 11. Ondanks dat het nummer dat ze belt exact hetzelfde is als de dag ervoor neemt er iemand anders op. Ze geeft mijn vrouw direct weer op haar falie dat het vóór 9 uur moet. Mijn vrouw legt wederom beleefd en geduldig de situatie uit. Vervolgens wordt gezegd dat we een ander nummer moeten bellen.

Heel vreemd want dit nummer staat op de brief bij ziekmeldingen. Mijn vrouw begrijpt werkelijk niet wat hier speelt en legt rustig uit dat ze dat niet gaat doen. Ze heeft me tenslotte ziek gemeld op het nummer dat daarvoor opgegeven is. De medewerkster reageert daarop met de mededeling dat de ziekmelding dan NIET GELDIG is. Mijn meisje hangt echter op. Hier heeft ze duidelijk geen zin in en ze heeft nu andere zaken aan haar hoofd.

Einde werkstraf

De volgende dag komt er een tweede brief binnen, dit keer met het onderwerp “Retourzending werkstraf“.

Geen “niet-geldige-ziekmelding“, geen telefoongesprek wat op niets uitloopt. Gewoon een simpele “niet aanwezig geweest” alsof er nooit een ziekmelding heeft plaatsgevonden. Alsof er nooit een telefoongesprek is geweest. Alsof ik, zonder iets te laten weten, ben weg gebleven.

Ook deze brief is, mijns inziens, een besluit met rechtsgevolgen dus dien ik weer bezwaar in. Het antwoord is hetzelfde:

Indien u een bezwaar in wilt dienen omdat u het niet eens bent met een besluit van ons kunt u dat niet via mij doen. Ik verwijs u daarvoor naar de klachtenprocedure welke Reclassering Nederland hanteert. Via de website van Reclassering Nederland kunt u via de zoekbalk uitleg vinden op welke manier, en bij wie, u de klacht kan indienen.

Alsof een klacht hetzelfde is als een bezwaar.

Klacht

Na het eerste bezwaar had ik een klacht ingediend over het feit dat een medewerker mijn bezwaar niet op de juiste wijze verder heeft geleid binnen de organisatie. Een beetje tot mijn verbazing wordt ik gebeld door een “klachtbehandelaar“. Ze zegt me te willen horen in deze klacht. Ze laat me echter nooit uitpraten.

Met enige regelmaat valt ze me in de rede en laat duidelijk doorschemeren het verhaal al te kennen, waarschijnlijk door contact met de medewerkers. Ze werpt zich ook meer op als een advocaat van reclassering en/of de medewerkers als iemand die een klacht serieus wil aanhoren. Ze bevestigd dat “bezwaar” niet mogelijk is en dat alleen een “klacht” kan.

Dat dit gesprek op niets uitloopt moge duidelijk zijn. Ik ben dan ook reuze benieuwd of hier nog een staartje aan komt.

Op dit punt zijn we aangeland. Reclassering heeft mijn straf retour gezonden naar het OM; duidelijk om oneigenlijke redenen, volgens mij. Er rest niets dan af te wachten hoe het OM hierop gaat reageren.

Blijf kritisch, blijf nadenken en blijf VRIJ.

Overigens heeft ons deze zaak erg veel geld gekost. Zelfs meer dan ik kan dragen en om die reden zitten we nog met een restschuld bij de advocaat. Ik betaal deze in termijnen af maar daar is erg weinig ruimte voor. Voel je je geroepen, bij het lezen van dit verhaal, iets bij te dragen dan kun je gebruik maken van onze sponsoringpagina op MediaVrijheid. Onze dank is groot.

Geplaatst in Veroordeeld | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor OV – 8 – Reclassering

OV – 7 – Cassatie

Onschuldig Veroordeeld – Deel 7 – De Hoge Raad

Ik krijg meermaals de vraag waarom ik zo ver door ga in deze casus, ook van mijn directe omgeving. Er zijn meerdere antwoorden op die vraag; meerdere beweegredenen waarom ik tot het einde door ga:

Ten eerste mijn vrouw. Een man hoort zijn vrouw in bescherming te nemen. Ja, zo ouderwets ben ik. En mijn meisje is die 16e januari 2018 zwaar beschadigd. Nog steeds als ze politie waarneemt raakt ze in paniek. Dan stopt de auto, zomaar langs de weg en ze is niet in staat voor een periode om verder te rijden. Als er een politieauto voor onze woning door rijdt verstopt ze zich, bang voor herhaling. Het is 8,5 jaar geleden. Ik twijfel of het ooit over gaat.

De politie eigent zich steeds meer rechten toe ten koste van onze grondwettelijke burgerrechten. Politie gaat met enige regelmaat buiten haar boekje en de rechtspraak lijkt daar niets aan te doen. Gelukkig heb ik vrijwel altijd succes geboekt als ik daar tegen in ga. Soms echter delf ook ik het onderspit. Maar deze kwestie zit me vreselijk hoog.

Het begon met mijn hulp aan een oud-collega die onheus werd behandeld door haar werkgever. Het had een simpele civielrechtelijke afwikkeling moeten worden, zoals dat altijd is bij een arbeidsconflict. Ik heb het een keer eerder meegemaakt dat een werkgever een strafrechtelijke aangifte doet maar in die casus lachte de politie erom. Ik ben deze hele zaak open en eerlijk geweest, ook naar de werkgever. Zelfs gemeld dat we een aantal bestanden veiliggesteld hadden. Niks stiekems, niks onoorbaars en zeker niks strafbaars.

Schriftuur

Voor cassatie is een speciale advocaat nodig. Hij legde me al uit dat dit heel technisch is en dat niet iedere advocaat daarmee bekend is. In eerste instantie wilde deze cassatie advocaat ook niets weten over de weigering van de getuige deskundigen. Deze zijn door het Hof benoemd en met redenen omkleed afgewezen, zo zegt hij. Dan heeft de Hoge Raad daar geen oor voor.

De schriftuur is zeer juridisch-technisch en moeilijk te lezen voor een leek. Ik wil jullie hier ook niet al te veel mee vermoeien. Als voorbeeld één citaat:

We kunnen volstaan met het gegeven dat eigenlijk alles benoemd wordt en de nadruk wordt gelegd op het ontbreken van wederrechtelijkheid. Met andere woorden: Er is niets strafbaars gebeurd. Ook wordt zeer duidelijk het “mede” plegen behandeld en aangezien ook oud-collega niet wederrechtelijk is binnengedrongen kan van “mede” plegen ook geen sprake zijn.

Voor de derde keer moet ik vertrouwen hebben in onze rechtstaat. Vertrouwen hebben in kundige mensen die de letter en de geest van de wet naleven en daarop rationeel oordelen. Maar als je al 2 keer teleurgesteld bent valt dat niet mee.

Het arrest van de Hoge Raad is dan ook bijzonder teleurstellend; vooral het feit dat ze de zaak “zonder verdere motivering” afwijzen. Ook “ter openbare terechtzitting” is voor mij een compleet raadsel. Ik was niet op de hoogte dat er een openbare zitting zou zijn.

Wat ik, in het bijzonder, niet begrijp is het feit dat de HR wel eerst advies inwint bij de procureur-generaal. Normaal gesproken krijgt een advocaat dat advies en mag daarop nog reageren. In onze casus is dat dus niet gebeurd. Ergo: het OM wordt geraadpleegd, de advocaat van verdachte mag hierop niet reageren. Tot zover het “laatste woord“.

Met 3 punten op één A4’tje maakt de Hoge Raad er zich vanaf. Schrik niet: Deze procedure kost me duizenden euro’s. De Hoge Raad der Nederlanden (kortweg HR), de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland motiveert niet waarom ze deze beslissing hebben genomen. Totaal onbegrijpelijk.

Als ik navraag doe bij mijn advocaat vindt hij het nog heel normaal ook: “Soms vinden ze een kwestie niet interessant genoeg, dat is nou eenmaal zo“. Ik begreep al niets van de motivering in het vonnis van de politierechter en of het oordeel van het Hof. Nu is er domweg niets te begrijpen want het wordt niet eens gemotiveerd.

En daarmee is de uitspraak onherroepelijk geworden. Schijnbaar is er nog een mogelijkheid om de zaak aan het Europese Hof van Justitie of het Europese Hof van de Rechten van de Mens aan te brengen maar deze wordt door ons niet meer verkend, temeer omdat de financiële middelen uitgeput zijn.

Blijf kritisch, blijf nadenken en blijf VRIJ.

Overigens heeft ons deze zaak erg veel geld gekost. Zelfs meer dan ik kan dragen en om die reden zitten we nog met een restschuld bij de advocaat. Ik betaal deze in termijnen af maar daar is erg weinig ruimte voor. Voel je je geroepen, bij het lezen van dit verhaal, iets bij te dragen dan kun je gebruik maken van onze sponsoringpagina op MediaVrijheid. Onze dank is groot.

Geplaatst in Veroordeeld | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor OV – 7 – Cassatie